Algemeen‎ > ‎

Watermolens Bellingwolde

B. D. POPPEN


Het proces over het gebruik van watermolens onder het Karspel Bellingewolde in 1808


De eerste vermelding van een watermolen in de provincie Groningen komt voor in een brief van 1453, waarin de stad Groningen de Aduarder Zijlvesteny vergunde een watermolen te plaatsen voor de stad “om in de Hoensloot door haer eigen land uittemalen.”

In de daarop volgende eeuwen was van waterbeheer door de overheid nauwelijks sprake. Wel moesten in de 18e en 19e eeuw de pachters van de stadsgronden toestemming hebben van burgemeesteren en raad om een watermolen te mogen zetten. Dit gold eveneens voor gebruikers van lande- rijen van de provinciale staten.

Veel landeigenaren plaatsten naar eigen goeddunken een watermolen, waarmee hun land werd drooggemalen, ook al had dat tot gevolg dat het land van een ander daardoor overlast kreeg.


In de tweede helft van de 18e eeuw werden meerdere pogingen in het werk gesteld om tot afspraken te komen over zowel de afwatering in een bepaald gebied, als tot het peil waarop zou worden afgemalen. Het ontbreken van regelgeving door de overheid, leidde echter nogal eens tot onmacht om in te grijpen, met vaak een patstelling tot gevolg.

Door de ordonnantie van 5 januari 18071 kwam daar verandering in en mocht men

niet meer willekeurig een watermolen plaatsen. Wilde men toch een watermolen op zijn perceel, dan was daarvoor vergunning van de overheid vereist. Tevens werd er een waterpeil ingevoerd, waarboven niet mocht worden opgemalen. Dankzij deze maatregelen kon er ook opgetreden worden tegen landeigenaren die toch eigenmachtig een watermolen op hun land plaatsten.

In 1808 was dit blijkbaar in het kerspel Bellingwolde het geval, want enige landeigenaren aldaar schakelden de drost van Westerwolde, Mr. W. de Sitter Baljuw, in, om hiernaar een onderzoek in te stellen.


Het proces dat vervolgens plaats vond, bestond o.a. uit het horen van een drietal getuigen, waardoor men hoopte te verne- men of de molens er al voor 1807 stonden, of er pas daarna waren gebouwd.

Al eerder, namelijk in 1771 en 1798 werden processen gevoerd over het plaatsen van een watermolen bij de Hamdijk te Bellingwolde. Hoofdrolspelers waren toen de in het onderstaand document vermelde Pieter Lammerts en Jans Waalkens.


De in het document genoemde molens zullen klein van afmeting zijn geweest; zeer waarschijnlijk waren het dan ook spinnen- kopmolens.

Eén betreffende molen is vermoedelijk in de nachtelijke uren van 29 op 30 maart 1789 gebouwd. Het hier beschreven proces leverde echter geen definitieve uitspraak op, want op 7 november 1810 werd de kwestie opnieuw aan de drost van Wester- wolde voorgelegd. Pas op 14 juli 1813 volgde een definitieve uitspraak, gedaan door het Keizerlijk Gerechtshof, waarbij

o.a. gesteld werd dat er geen bewijs was dat er ten tijde van het plaatsen van de mo- len een wet existeerde, die het zetten van een molen verbood.2


Overigens werden er ook hierna nog pro- cessen rond watermolens te Bellingwolde gevoerd, alle als gevolg van de voortdurende wateroverlast in dit gebied. Pas door de aanleg van het circa 15,5 km lange B.L. Tijdenskanaal, in 1911, een onderdeel van het kanalisatieplan voor Westerwolde, ver- beterde de situatie aldaar.

 

De processtukken

Kopij Teisser Spaan

Positien aan den Heere Mr. W. de Sitter Baljuw van de Jurisdictie van Wedde en Westerwol- dingerland

Overgegeven door Febe Berends en Consorten zijnde Harm Tolema, Albert Jurjens, Feike Geerts, H. F. Bregenbeek en Jacobus Heres te zamen als Landgebruikers onder het Karspel Bellingewolde, en als gevolmagtigdens van verdere diverse Landgebruikeren onder het voor- noemde karspel.

Inhibenten 3 & Producten C.

Luiken Pieters en Frouwe Jans Waalkens thans weduwe van wijlen Derk Everts Geinhibde & geproducden

teneinde daarop nagenoemde Getuigen worden afgehoord; zullende dezelver verklaring die- nen in Zake tusschen partijen, voor dezen EE Gerigte citispendent.

Nomina Testium


Pieter Sijbens Egbert Geerts

Jan Berends Stronk


Generalia Suppleantus Specialia


Of getuigen bekend is, dat tusschen partijen voor dezen EE Gerichte proces gevoerd wordt over de Watermolen op de Geinhibeerden Landerijen op de Hamdijk in den Jare 1798 door Geinhibeerden gezet?


Art. 2.

Of getuigen hebben vertekend en afgegeven de attestatie d.d. 28 November 1805, bij dezen aan Getuigen wordende voorgehouden?

{Het E.E. Gerigte wordt verzogt annexe attestatie aan getuigen voor te houden en te prelege- ren en cum exhibitona gedane exhibitie te tekenen.}


Art. 3.

Of daarin naar waarheid door Getuigen is verklaard, dat Pieter Lammerts in leven Vader ge- weest is van Luiken Pieters?


Art. 4.

Alsmede dat Jan Waalkens in leven Vader geweest is van Frouwe Jans Waalkens?


Art. 5.

Of getuigen verder daarin naar Waarheid hebben verklaard dat die Ouders hetzelfde Land in der tijd op de Hamdijk hebben bezeten, waarop naderhand in 1798 de queestieuse Watermo- len gezet is?


Art. 6.

Alsmede dat Getuigen met de opgemelde zoo wel de nog levende als nu overledene personen, en opgemelde an den Watermolen persoonlijk bekend zijn geweest?

 

Exhibitien in jaar te wille den 27 april 1808


Positien aan den Heere Mr. W. de Sitter Baljuw van de Jurisdictie van Wedde en Westerwol- dingerland

Overgegeven door Febe Berends en Consorten zijnde Harm Tolema, Albert Jurjens, Feike Geerts, H. F. Bregenbeek en Jacobus Heres te zamen als Landgebruikers onder het karspel Bellingewolde, en als gevolmagtigdens van verdere diverse Landgebruikeren onder het voor- noemde karspel.

Inhibenten & Producten Ca

Luiken Pieters en Frouwe Jans Waalkens thans weduwe van wijlen Derk Everts Geinhibde & geproducden

teneinde daarop nagenoemde Getuigen worden afgehoord; zullende dezelver verklaring, voor dezen EE Gerichte citispendent.

Nomina Testium


 

Nomina Testium


Pieter Sijbens Egbert Geerts

Jan Berends Stronk

Generalia Suppleantus


Eerste getuige zegt genaamd te zijn Pieter Sijbens comp - - - woonagtig te Bellingewolde Tweede get. Egbert Geerts comp - - - en woonagtig te Bellingewolde

derde getuige zegt genaamd te zijn Jan Berends Stronk comp - - - en woonagtig te Bellinge- wolde

Specialia Art. 1.

Of getuigen bekend is, dat tusschen partijen voor dezen EE Gerichte proces gevoerd wordt,

over de watermolen op der Geinhibeerden Landerijen op de Hamdijk in den jare 1798 door Geinhibeerden gezet?


Ad art 1

Eerste get. zegt ja. Twede get. zegt ja. Derde get. zegt ja.

 

Art. 2.

Of getuigen hebben vertekend en afgegeven de attestatie d.d. 28 November 1805, bij dezen aan Getuigen wordende voorgehouden?

{Het E.E. Gerigte wordt verzogt annexe attestatie aan Getuigen voor te houden en te prelege- ren en cum exhibito na gedane exhibitie te tekenen.}

Ad art. 2.

Eerste Getuige zegt ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja


Art. 3.

Of daarin naar waarheid door Getuigen is verklaard, dat Pieter Lammerts in leven Vader ge- weest is van Luiken Pieters?

Ad art. 3

Eerste Getuige zegt: ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja


Art. 4.

Alsmede dat Jan Waalkens in leven Vader geweest is van Frouwe Jans Waalkens? Ad art. 4

Eerste Getuige zegt: ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja


Art. 5.

Of Getuigen verder daarin naar waarheid hebben verklaard dat die Ouders hetselvde Land in der tijd op de Hamdijk hebben bezeten, waarop naderhand in 1798 de queestieuse Watermo- len gezet is?

Ad art. 5

Eerste Get. zegt: ja Tweede get. zegt: ja Derde get. zegt ja


Art. 6.

Alsmede dat Getuigen met de opgemelde zoo wel de nog levende als nu overledene personen, en opgemelde Land en Watermolen persoonlijk bekend sijn geweest?

Ad art. 6

Eerste Get. zegt: ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja


Aldus hebben voorm. getuigen na vooraf gepraesteerden ede, ieder afzonderlijk gehoord zijn- de verklaard, en na duidelijke voorlezing daarbij volhardende, dezen nevens ons vertekend te worden den 27 April 1808


W. de Sitter Baljuw


J. van Gesper De Raadt Secr.

P. Sijbens

 

Egbert Geerts

Jan Beerents Stronk


Luiken Pieters & Cons.

C

Feb Nerends & Cons Mr. de Sitter

2 Copun een met de ongin: dingsdag aan de Sitter Een aan de Lichtenvoordt


Exhibitien in den 27 april 1808


Interrogatoria 4

Aan den Heer Mr. W. de Sitter Baljuw der Jurisdictie van Wedde en Westerwoldingerland Overgegen door

Luitjen Pieters en Frouwe Jans Waalkens thans weduwe van wijlen Derk Everts Op en tegen

Febe Berends en Consorten zijnde Harm Tolema, Albert Jurjens, Feike Geerts, H. F. Bree- genbeek en Jacobus Heres, te zamen als Landgebruikers onder het karspel Bellingewolde, en als Gevolmagtigden van verdere diverse Landgebruikeren onder het voornoemde karspel.


Het verzoek dat nagenoemde Getuigen onder derzelver gedanen Eed, op de volgende Interro- gatoria mogen worden afgehoord - te dienen in zake tusschen Partijen, voor dezen Gerichte citispendent.


Nomina Testium


Eerste getuige zegt genaamd te zijn Pieter Sijbens comp - - - en woonagtig te Bellingewolde Tweede get. Egbert Geerts ad idem

derde getuige zegt genaamd te zijn Jan Berends Stronk ad idem


1. Pieter Sijbens

2. Egbert Geerts

3. Jan Berends Stronk


Art. 1.

Of getuigen kennen de Molen van Albert Bottjes en Cons. op de Hamdijk? Ad art. 1

Eerste Get. zegt ja

Tweede get. zegt ja weet wel dat daar een staat Derde get. zegt ad idem weer voor de rest niet


Art. 2.

Wanneer die Molen, aldaar is gezet? Ad art. 2

Eerste get. zegt: dat weet hij niet. Tweede get. zegt dat kan hij niet zeggen derde get. ad idem.


Art. 3.

 

Of die Molen ouder is, en vroeger gezet, als die van Luiken Pieter en Consorte? Ad art. 3

Eerste get. zegt ja Tweede get. zegt ja.

Derde get. zegt dat kan hij niet zeggen.


Art. 4.

Of die Molen het water afmaalt in die zelfde Ringslood, als waar in de Molens van Luiken Pieters en Cons. en Jan Albert Jurjens en Cons. het water uitmalen?

Ad art. 4

Eerste get. zegt: ja Tweede get. zegt ja.

Derde get. zegt toen ter tijd ja, dog of zij naderhand een ander ende ringsloot gegraven hebben dat weet hij niet


Art. 5.

Of die Molen van Albert Bottjes en cons. aldaar nog is staande, en wordt gebruikt? Ad art. 5

Eerste get. zegt ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja.


Art. 6.

Of getuigen kennen de Watermolen van Siepke Hindriks op de Hamdijk? Ad art. 6

Eerste get. zegt ja

Tweede get. zegt ja dat hij er staat weet get. wel Derde get. zegt ja hij staat er.


Art. 7.

Of die Watermolen in het Voorjaar 1805, aldaar is gezet? Ad art. 7

Eerste get. zegt het jaargetal van dat zetten is hem vergeten Tweede get. zegt ad idem.

Derde get. zegt dat weet hij niet wat jaar dat die gezet is.


Art. 8

Of de Molen het water van die Landen afmaalt, in het Bellingwolder Hoofddiep? Ad art. 8

Eerste get. zegt ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja.


Art. 9.

Of die Molen, aldaar nog is staande, en wordt gebruikt? Ad art. 9

Eerste get. zegt ja

Tweede get. zegt ja dog get. weet niet of die molen juist gangbaar is anders weet hij niet Derde get. zegt dat kan hij niet zeggen

Art. 10.

 

Of Getuigen kennen de Watermolen van Jan Remkes, Albert Jurjens, Engelke Vrieze & Jan Abels, alle woonachtig op de Hamdijk, onder Bellingewolde?

Ad art. 10

Eerste get. zegt ja

Tweede get. zegt hij weet wel dat die een molen hebben dog hij get. is daar nooit bij geweest. Derde get. zegt weet wel dat ze daar een molen hebben verder weet hij er niet van.


Art. 11.

Of die Molen in de Herfst van 1806 is gebouwd? Ad art. 11

Eerste get. zegt dat jaar weet hij ook niet meer.

Tweede get. zegt de jaar datum kan hij niet zeggen hij heeft daar geen agt op gegeven. Derde get. zegt wanneer die molen gezet is weet hij niet


Art. 12.

Of die Molen is geplaatst op de >Trek Hoofd<, tusschen de Landen van Jan Remkes en Al- bert Jurjens?

Ad art. 12

Eerste getuige zegt: dat weet hij niet Tweede get. zegt adidem

Derde get. zegt adidem


Art. 13

Of die Molen het Water afmaalt in die zelfde Ringvaart, als waar in de Molen van Albert Bottjes en van Luiken Pieters en Cons. het water malen>

Ad art. 13

Eerste get. zegt ja

Tweede get. zegt dat kan hij niet zeggen is daar nooit geweest

Derde get. zegt dat kan hij niet zeker zeggen dog hij had dezelfde uitloop.


Art. 14.

Of de Molen van Luiken Pieters en Cons. staat in het midden of tusschen beiden, van de Mo- len van Albert Bottjes en Cons. en van Jan Remkes en Cons?

Ad art. 14

Eerste get. zegt ja hij staat er tusschen in. Tweede get. zegt adidem

Derde get. adidem.


Art. 15.

Of de Ringslood waar in de voorgen. Molens malen, loopt bijlangs het Trekpad, tot in het Bellingewolder Hoofddiep?

Ad art. 15

Eerste get. zegt ja Tweede get. zegt ja Derde get. zegt ja


Art. 16.

Of die Molen van Jan Remkes en Cons. aldaar nog is staande en wordt gebruikt? Ad art. 16

Eerste get. zegt ja.

 

Tweede get. zegt ja daar is ten minsten geen verandering in gekomen dat zal wel wezen. Derde get. zegt hij staat er nog dog weet niet of gebruikt word


Art. 17.

Of er eenige reden van onderscheid of verschil wordt gevonden tusschen de drie Watermo- lens, van Albert Bottjes en Cons., van Fekke Hindriks en van Luiken Pieters en Cons. - dat de twee eerstgem. Molens het Water van de Landen, dier voorn. Eigenaren, zouden mogen afma- len - en die van Luiken Pieters niet?

Ad art. 17.

Eerste getuige zegt: dat hij daar geen verschil in weet als zijnde al het een en zelfde land. 2e Get. zegt neen daar kan hij geen reden van zeggen, ze komen alle de andere landerijen te naa.

Derde get. zegt dat weet hij niet.


Art. 18.

Zoo, volgens het oordeel van Getuigen - Ja - welke dan die reden mogte zijn? Ad art. 18

Cessat bij eerste getuige

Cessat bij tweede getuige adidem Cessat bij derde getuige


Aldus hebben voorm. getuigen na vooraf gepraesteerden ede, ieder afzonderlijk gehoord zijn- de verklaaren na duidelijke voorlezing dezes, hierbij volharden dezen, nevens ons vertekend te worded d. 27 April 1808

W. de Sitter Baljuw


J. van Gesper De Raadt Secr.

P. Sijbens Egbert Geerts

Jan Beerents Stronk


 


Interrogatoria


Overgegeven door Luiken Pieters en Cons. &

Febe Berends en Cons. in ql.



Getuigen Pieter Sijbens

Egbert Geerts, en Jan Berends Stronk

 

Enige gegevens over de vermelde watermolens


 

Op de in 1828 getekende kadastrale minuutplans van de gemeente Nieuweschans zijn meerdere watermolens getekend. De afbeelding hieronder toont het zuidelijk deel van de overzichtskaart van deze gemeente. Van links boven naar midden on- der is het Lange Diep getekend en van midden onder naar rechts boven is de

 

Hamdijkster uitwatering, overgaand in de Moersloot getekend. In het midden tussen de beide waterlopen is de Hamdijk met de aanliggende percelen en de kolken van de dijkdoorbraken getekend. In het gebied boven de Hamdijk is geschreven “Oude Dollarts”. Ten noorden ervan ligt de ring- sloot en de Westerwoldse Aa.

 


 






De afbeelding toon de watermolen aan het Lange Diep Bij de beschrijving in de OAT staat “Watermolen waarin woonhuis”.

Deze molen was eigendom van het kerspel Bellingwolde.

 

Iets zuidelijker aan het Lange Diep was de Klieve, een stenen of houten sluisje, tevens stond er een kleine watermolen.


Beide afbeeldingen zijn een uitsnede uit de kadastrale minuutplan blad 4, sectie B van de gemeente Nieuweschans.

 

Aan het eind van het Lange Diep, bij de aansluiting op de Westerwoldse Aa, stond eveneens een watermolen van het kerspel Bellingwolde. Ook hier staat bij de be-

 

schrijving in de OAT “watermolen waarin woonhuis”. Deze molen staat ingetekend op de kadastrale minuutplan sectie B, blad 2, van de gemeente Bellingwolde.

 


  

De in het proces beschreven watermolens lagen alle aan de west- en noordkant van de Hamdijk. Deze molens maalden uit op de ringsloot, zoals in het proces staat beschreven. Dat sommige molens in latere jaren nog steeds aanwezig zijn, bewijzen de kadastrale minuutplans van de gemeente Nieuweschans van 1828. Zo is op blad 4 van sectie B, met perceelnummer 395 de watermolen van Luiken Pieters te zien.

 


 


 

In de bijbehorende OAT staat onder het perceelnummer 395 Luiken Pieters (Dij- kema), landbouwer aan de Hamdijk als de  

eigenaar vermeld. Luiken Pieters had met ingang van 1811 de achternaam Dijkema aangenomen.

 


 

 

In de kadastrale minuutplans van de ge- meente Nieuweschans staat eveneens op blad 4 van sectie B, met als perceelnummer 332 de watermolen van Jurjen Alberts ingetekend, die sedert 1811 de achternaam Koerts had aangenomen.

 


 


 

In de bijbehorende OAT staat onder per- ceelnummer 332 Jurjen Alberts Koerts, landbouwer aan de Hamdijk als de eige- naar vermeld.

 


 


 

Op de kadastrale minuutplans van de ge- meente Nieuweschans, sectie B, blad 1, zijn drie watermolens ingetekend, zie de uitsnede hieronder.

Links staat de watermolen en erf van het Karspel Bellingwolde, met het perceel- nummer 100a. In de molen is een woon- huis, zo vermeldt de OAT.

In het midden staat eveneens een watermolen en erf waarin woonhuis van het Karspel Bellingwolde, perceelnummer 91a.

Rechts staat de watermolen van Botjes met perceelnummer 81. Zie de beschrijving hieronder.

Aan de bovenkant van de tekening is het Lange Diep getekend, met daar weer boven het Trekpad en vervolgens de Westerwold- se Aa.

 


De watermolen van Albert Bot(t)jes en Cons., staat in de kadastrale minuutplans van de gemeente Nieuweschans, sectie B, blad 1, vermeld als perceelnummer 81.

 

Hij is ingetekend op de ringsloot. Rechts ervan staat het huis en erf van Albert Botjes / erven en mede eigenaren, landbouwer, Hamdijk, vermeld perceelnummer 80.

 


 



Enige genealogische gegevens over de betrokkenen

 

Mr. Willem de Sitter, baljuw van de Ju- risdictie van Wedde en Westerwoldinger- land, was belast met de rechtspraak en de inning van de belastingen. Hij zetelde op de burcht te Wedde en was van 1805 tot 1810 drost van Westerwolde. Zijn functie aldaar bekleedde hij tot de opheffing ervan in 1818. Hierna werd hij president van de rechtbank te Winschoten.

Hij werd geboren op 21 juli 1750 te Gro- ningen en huwde in 1777 te Groningen met Maria Albertina Johanna Drewes. Hij over- leed op 7 juni 1827 te Midlaren.


Harm Freriks Bregenbeek huwde op 13 augustus 1790 te Bellingwolde met Gees- jen Bruggers, van Bellingwolde. Geessien overleed 2 juni 1835, in de leeftijd van 68 jaar, te Bellingwolde. Harm Freriks over- leed op 27 maart 1837, in de leeftijd van  73 jaar, te Bellingwolde. Hij bekleedde de functies van adjunct maire, assessor en burgemeester.


Jacobus Heres was gehuwd met Geertrui- da Zijlwaarder, die op 12 januari 1825 te Oudeschans, gem. Bellingwolde overleed. Jacobus was burgemeester van Bellingwolde en lid van de provinciale Staten van Groningen. Hij overleed op 16 april 1835 te Bellingwolde.


Luiken Pieters van De Hamdijk te Bel- lingwolde werd op 23 december 1768 te Bellingwolde gedoopt. Zijn huwelijk met Eppien Everts, van Blijham werd geregi- streerd op 19 augustus 1793 te Blijham en op 21 augustus 1793 te Bellingwolde.

Hij overleed op 15 augustus 1835 te Hamdijk, gem. Nieuweschans en werd geregistreerd onder de naam Luiken Pieters Dijkema, landgebruiker. Zijn vrouw Eppien overleed op 6 februari 1843 te Nieuweschans.


Frouwe Jans Waalkens werd op 11 augustus 1776 gedoopt te  Bellingwolde. Op 7 en 15 mei vond de registratie van haar huwelijk met Derk Everts plaats. Frouwe huwde later met Waalko Hindriks Waalkens en zij overleed op 4 maart 1828 in de leeftijd van 51 jaar te Hamdijk, gem. Nieuweschans.


Harm Tolema huwde op 30 oktober 1784 te Bellingwolde met Talle Hindriks.

 

 


De registratie van het huwelijk op 7 en 15 mei 1798 tussen Derk Everts, van Blijham en Frauwe Waalkens, van Hamdijk onder Bellingwolde, gehuwd in het huis van de bruid.

Bron Doop- en trouwboek Blijham 1709-1811. Collectie DTB (toegang 124), inventarisnum- mer 40, folio 102.


 

Albert Botjes van Bellingwolde huwde 21 juni 1783 te Bellingwolde met Trijntje Fekkes, uit de Nieuwe Stadspolder. Trijntje overleed op 22 mei 1818, in de leeftijd van 58 jaar te Oudezijl, gem. Nieuweschans. Albert overleed op 27 november 1825, in de leeftijd van 67 jaar te Nieuweschans.

 

Jan Remkes huwde op 17 december 1800 te Bellingwolde met Iementje Feibes, die later de naam Hamster aannam. Jan Rem- kes nam in 1811 de achternaam Vrieze  aan. Hij overleed op 16 januari 1846, in de leeftijd van 75 jaar te Hamdijk, Nieu- weschans.

 


 

De overlijdensakte van Jan Remkes Vrieze. Overlijdensreg. Nieuweschans 1846, aktenr. 2.

 

Albert Jurjens liet zich in 1811 registre- ren als Albert Jurjens Koerts, landgebruiker. Hij was gehuwd met Egtbertje Jans. Hun zoon Jurjen Alberts Koerts, landgebruiker huwde op 29 juni 1814 te Nieu- weschans met Eppien Luikens Dijkema, dochter van de hiervoor vermelde Luiken Pieters Dijkema en Eppijn Everts.

 

Fekke Hindriks, ook vermeld als Fekko, huwde met Willemtje Sijbens. Hij nam in 1811 de achternaam Koerts aan en over- leed op 17 december 1835, in de leeftijd van 53 jaar te Hamdijk, gemeente Nieu- weschans.

 

Engelke Vrieze, landbouwer te Hamdijk, Bellingwolde, huwde 10 februari 1797 met Trijntje Jans. Trijntje nam de achternaam Nieboer aan en overleed op 27 februari 1850 in de leeftijd van 80 jaar, zij was toen al weduwe van Engelke.

 


 


De huwelijksinschrijving van Engelke Jans Vriese en Trijntje Jans. Bron Kerkeboek Belling- wolde 1759-1811. Collectie DTB (toegang 124). Inventarisnummer 35, folio 130v.



Enige genealogische gegevens van de getuigen


 

Pieter Sijbens huwde op 2 maart 1792 te Bellingwolde met Aaltje Hagens; zij was

 

weduwe van Lubbert Folkers. Aaltje nam in 1811 de naam Wolthekker aan.

 


De huwelijksinschrijving van Pieter Sijbens en Aaltje Hagens. Bron Kerkeboek Bellingwolde 1759-1811. Collectie DTB (toegang 124), inventarisnummer 35, folio 127v.


 

Hij overleed op 27 oktober 1828 te Bel- lingwolde in de leeftijd van 63 jaar. Zijn echtgenote Aaltje Hagens Wolthekker overleed op 20 mei 1837.

Hun zoon Hagen Garrelts Sibens huwde op 31 december 1813 te Bellingwolde met Sjabina Stoffers Folkerts, dochter van ko- renmolenaar Stoffer Folkerts en Etje Si- bens. Stoffer Folkerts verkreeg in 1825, samen met Jacob Molema, het alleenrecht op het malen van graan in het dorp Bel- lingwolde.

 

Egbert Geerts (Abels) huwde, 24  jaar oud, op 20 maart 1780 te Bellingwolde met Beelke Everts.

Egbert overleed op 10 april 1831 te Bel- lingwolde in de leeftijd van 75 jaar. Zijn echtgenote overleed op 5 januari 1822.


Jan Beerents Stronk, landbouwer, was omstreeks 1780 gehuwd met Heibe (ook Heebe) Hagens. Hij overleed op 27 april 1812 te Bellingwolde in de leeftijd van 67 jaar.

 

Noten:

1. Loon, Mr. E. van Het Grondreglement voor de Waterschappen in de provincie Groningen, met toelichting, pag. 81-82.

2. Ibidem, pag. 45-49.

3. Inhiberen - verhinderen, beletten, ver- bieden.

4. interrogatoria captiosa (niet: interrogato- ri•a captiosa) - strikvragen.


Bronnen en relevante literatuur:

- Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven, toegangsnummer 732, inventa- risnummer 886.

- website http://www.allegroningers.nl

- website http://watwaswaar.nl

- Zie ook mijn artikel Maatregelen tegen te hoog opmalen in Groninger schepperijen, dat op mijn website is te lezen: www.bdpoppen.nl/pdf/hoog_opmalen.pdf

 

Hempenius, A. L.; Trouw, J. A. L. Pol- dermolens en molenpolders. De molens van de molenstichting Hunsingo en om- streken. 1992, Onderdendam, ISBN 90

90054693.


Loon, Mr. E. van Het Grondreglement voor de Waterschappen in de provincie Groningen, met toelichting. 1e stuk: Het zetten van watermolens in de provincie Groningen. 1750-1848. 1898. Erven B. van der Kamp, Groningen.


Ligtendag, W. A. De Wolden en het water. De landschaps- en waterstaatsontwikkeling in het lage land ten oosten van de stad Groningen vanaf de volle middeleeuwen tot ca. 1870. 1995. Groningen Regio-

project. ISBN 90 50280668.

 


Een watermolen

van het type spinnenkop, zoals die gestaan heeft

aan de Eemsdijk bij Delfzijl en wellicht ook werd gebruikt door de landeigenaren te Bellingwolde.