Dorpen en Gehuchten‎ > ‎De Lethe‎ > ‎

Aardbeien gappen

Ben al enige tijd bezig met het bewerken van de strafvonnissen van de Arrondissementsrechtbank in Winschoten.
Met het delen van die informatie ben ik wat terughoudend en selectief, want er zitten ernstige en gevoelige zaken tussen.

Maar de volgende zaak valt wat mij betreft onder het kopje “kattenkwaad”. 


Op 4 september 1918 staan voor de Arrondissementsrechtbank van Winschoten terecht de 12-jarige Jakob van Lenning, zoon van Willem van Lenning en Gepke Rotmans, de 14-jarige Fedde Kuiper, zoon van Berend Kuiper en Grietje Stubbe, en de 14-jarige Wirtje Meijering, zoon van Heiko Meijering en Maria van Lenning, allen wonende in De Lethe.
 
De jongens zijn gedagvaard ter zake, dat zij op of omstreeks 23 juni 1918 tezamen en in vereeniging in den tuin van Hendrik Addens, aan dien persoon toebehoorende, althans aan een ander dan een van hen, beklaagden, toebehoorende aardbeien hebben geplukt en weggenomen, met het oogmerk om zich die vruchten wederrechtelijk toe te eigenen.
 
De beklaagden hebben aan verbalisant Rager de Lange verklaard:
de eerste beklaagde: dat hij, de gebroeders Jan en Wirtje Meijering, en Fedde en Pieter Kuiper op Zondag namiddag (23 juni 1918) in den tuin van den Heer Addens aardbeien hebben geplukt, dat er een gat in de heg en in het gaas zat, en dat zij daar door zijn gekropen; dat hij van niemand vergunning had gekregen om dat te doen.
de tweede beklaagde: dat hij, zijn broer Pieter, Jacob van Lenning en Wirtjo en Jan Meijering op een Zondag middag omstreeks 23 juni 1918 zijn geweest in den tuin van den Heer Addens te Bellingwolde, en aldaar aardbeien hebben geplukt; dat hij van niemand vergunning had bekomen om dat te mogen doen.
de derde beklaagde: dat hij, zijn broer Jan, Fedde en Pieter Kuiper, en Jacob van Lenning op Zondagmiddag (23 juni 1918) zijn geweest in den tuin van den Heer Hendrik Addens, en daar toen aardbeien hebben geplukt; dat zij in den tuin zijn gekomen door een gat, hetwelk was in de heg en het gaas, waarmede de tuin afgesloten was; dat hij van niemand vergunning had bekomen om aardbeien uit den tuin te stelen.
 
Ieder der beklaagden verklaarden ter terechtzitting, dat de aardbeien die op 23 juni 1918 aanwezig waren in den tuin van Hendrik Addens te Bellingwolde, hem, beklaagde, niet toebehoorden, en hij van niemand vergunning had gekregen om uit dien tuin aardbeien weg te nemen; terwijl de derde beklaagde nog ter terechtzitting heeft verklaard, dat hij op 23 juni 1918 is geweest in den tuin van Hendrik Addens te Bellingwolde.
 
Hendrik Addens verklaarde als getuige ter terechtzitting dat hij omstreeks 23 juni 1918 herhaaldelijk aardbeien heeft vermist uit zijn afgesloten tuin gelegen te Bellingwolde; dat omstreeks 23 juni 1918 in dien tuin aardbeien aanwezig waren die hem toebehoorden, dat hij aan beklaagden geene vergunning had gegeven om uit den tuin aardbeien weg te nemen.
 
Door bovenstaande bewijsmiddelen, waarbij hetgeen door ieder der beklaagden is verklaard, slechts tot bewijs wordt verklaard tegen hem, die het verklaarde, wettig en overtuigend is bewezen het den beklaagden bij dagvaarding ten laste gelegde zoomede de schuld van den beklaagden daaraan, met dien verstande dat als bewezen wordt aangenomen, dat het ten laste gelegde is gepleegd omstreeks 23 juni 1918, en dat de aardbeien ter dagvaarding vermeld, toebehoorden aan Hendrik Addens.
 
Overwegende dat de beklaagden ter terechtzitting ieder voor zich hebben ontkend uit den tuin van Hendrik Addens te Bellingwolde aardbeien te hebben weggenomen, en daarmede zijn teruggekomen op hunne voormelde verklaringen afgelegd aan voormelden verbalisant Rager de Lange, doch dat naar het oordeel der Rechtbank die herroeping niet op aannemelijke gronden is geschied, zoodat hunne gemelde, aan voornoemden verbalisant Rager de Lange afgelegde verklaringen hare volle kracht blijven behouden.
 
De jongens worden ieder veroordeeld tot een geldboete van 15 gulden, wat bij niet betaling vervangen zal worden tot plaatsing in een tuchtschool voor de tijd van een maand.
 
---

Harm Selling