Ordonnantie Tol te Wedde

B.D. Poppen

Transcriptie van de Ordonnantie gestatueert op de Tol te Wedde

 
Het dorp Wedde (prov. Groningen) wordt reeds als parochie voor 1130 genoemd.
Strategisch gezien was het een belangrijke plaats omdat het lag op de handelsroute van de stad Groningen naar het Duitse Lingen, Westfalen en Munsterland.
Die route door Westerwolde werd gevormd door de ligging op een zandrug door moerassig gebied, waardoor het van ouds de toegangsweg is geweest naar de stad Groningen en omgekeerd naar Bourtange.

Een tweede reden van belangrijkheid werd gevormd door de Westerwoldse Aa die in vroeger eeuwen vanaf de Dollard tot het dorp Wedde bevaarbaar was. Het riviertje (beekje) wordt gevormd uit de riviertjes Mussel Aa en Ruiten Aa die bij Wessing- huizen samen komen.
Bij Wedde kon men de rivier doorwaden. Deze oversteekplaats was niet alleen van belang voor de handelsroute waar de
 
goederen verder over land of over water konden worden getransporteerd, het was ook strategisch belangrijk voor de eenheden van het leger.
Omstreeks het midden van de 16e eeuw werd een vaste brug over de Westerwoldse Aa gebouwd.

Reeds in 1370 versterkte de familie Addinga haar huis door te Wedde, bij de Westerwoldse Aa en dus bij de handels- route een sterke burcht te bouwen. Om de burcht werd een aftakking van de rivier de Westerwoldse Aa geleid.
De burcht, ook genaamd ‘Het Huis te Wedde’, werd meerdere keren verwoest, herbouwd en verbouwd en is de nu nog bestaande Burcht te Wedde.

Op de hieronder weergegeven topogra- fische kaart uit 1906 is deze situatie nog duidelijk te zien.
 



→ Br
=
brug  













 
Westerwolde (de volledige naam luidt: De Heerlijkheid Wedde en Westerwoldinger- land, Bellingwolde en Blijham) kwam vanaf 1593 in handen van de Staten- Generaal, die daardoor landsheer over het Generaliteitsland Westerwolde werd.
In 1619 werd de stad Groningen de nieuwe leenman en oefende er namens de Staten- Generaal het bewind uit.
 
Westerwolde werd toen stadsheerlijkheid, waardoor de stad eigenaresse was van de heerlijke rechten, een positie die tot 1798 bleef bestaan. 
Ook het Huis te Wedde was een Heerlijkheid van de stad Groningen.
Het Huis werd de woonstee van de Drost, de bestuursambtenaar die Westerwolde bestuurde.
 

 

Deze gravure van Franz Hogenberg toont het beleg en de verjaging van de Spanjaarden uit het Huis te Wedde in het jaar 1593. Duidelijk is te zien dat de Westerwoldse Aa tot aan de brug bij de Burcht te Wedde bevaarbaar is.
 
In het dorp Wedde werd eeuwenlang de jaarmarkt van Westerwolde gehouden. Daarvoor was er te Wedde omstreeks 1535 een waag gebouwd, waarover in een document van het stadsbestuur van Groningen van 30 december 1676 is te lezen dat “op costen van de stadt, soo haast doenlijck een schale met behoorlijcke wichten nae Wedde sal worden getrans- porteert om bij de wage-mester aldaar gebruickt te worden”.

In hetzelfde document wordt tevens vermeld dat er “twie borden met des stadts wapen, tot anwijsinge van het alinge [geheel] der toll vervaardiget, om voor Campen arve nae Blijham een ende buiten Wedde omtrent de wegh nae Friescheloo ende Wedde van gelijck een geplaatst en opgericht te worden”.
De brug over de Westerwoldse Aa was een zeer geschikt middel voor de overheid om
 
te controleren wie er overtrok en om te dienen als bron van inkomsten.
In 1575 werd Engelbert van Ensse, drost te Coevorden, op last van de graaf van Aremberg naar Wedde gestuurd om o.a. een onderzoek te doen naar de klachten van het landschap Westerwolde betreffen- de de nieuwe brug over de rivier de A.  Een vermelding over het jaarlijks verpach- ten van de tol aan de hoogstbiedende is bekend vanaf 1576.
Ook de waag werd gedurende enige decennia verpacht, zo blijkt o.a. uit de rekeningen van de drost van Wedde.
De pachter moest wel altijd een borg achter zich hebben.
Door de drost te Wedde werd deze tol jaarlijks aan den meestbiedende voor de Stad verhuurd.
Bij de passage over deze brug waren de inwoners van Westerwolde en en die van Roswinkel, vrij gesteld van de tolheffing.
 

 

Kaart uit 1590 waarop de reeds in 1572 vermelde windmolen te Wedde staat getekend.

 
In 1760 lieten de ‘H. Heeren Borgemees- teren ende Raadt’ in Groningen de door hen opgestelde Ordonnantie ‘gestatueert op de Tol te Wedde’ drukken bij de Stads Boekdrukker Cornelis Barlinckhof te Groningen.
De stad was in 1619 eveneens eigenaresse van deze tol geworden en had er dus alle
 
belang bij dat dit zo goed mogelijk verliep. Tot 1 november 1914 hief zij hier tol en moest daarvoor de brug onderhouden.
In de hierna volgende tekst is de volledige transcriptie van dit tien pagina’s tellend document weergegeven. Hierin worden tevens de tarieven voor de verschillende passanten vermeld.
 
 

Ordonnantie der H. Heeren Borgemeesteren ende Raadt in Groningen Gestatueert op de Tol te Wedde.
Te Groningen. By Cornelis Barlinckhof, Stads Boekdrukker. 1760.
 
Ordonnantie op de Tol te Wedde.
Gehoort het Rapport van de E. E. Heer Borgemeester van Swinderen, en de Heeren Sijn Edelheids Adsessoren, dewelke ten gevolge Resolutie Commissoriaal van den 7 Augustus 1760. waren, vervolgt en gecommitteert, om een Ordonnantie of Instructie voor den Tolmeester van de Brugge te Wedde te formeeren : Hebben de H. Heeren Borgemeesteren en Raad na gehoudene deliberatie de navolgende Pointen en Articulen gearresteert, ten einde daar op tijdlijks de Verhuring der gemelde Tol werde gedaan; En om te dienen tot een Ordre en Instructie voor de Huurder en Tolmeester / waar na de zelve sig voortaan zal moeten reguleeren; Statueerende.

I.
Dat de Tol van de Brugge te Wedde / tegens het einde van ieder jaar door den Drost van Wedde in de tijd / na voorgaande Kerkelijke publicatie, uit naam en van wegens de H. Heeren Borgemeesteren en Raad in Groningen / bij openbare opbot / en verhoging / aan de meestbiedende onder genoegsame borgtogt / en betaling van tien Guldens / als stuiver-geld / van vacatien aan den Drost opgemelt / zal worden verhuurt voor de tijd van een jaar / aanvang nemende met primo Januari eerstkomende / en eindigende met ultimo December des zelven jaars.

II.
Dat de Trekker of Huurder de gestelde Tol / ingevolge deze sijne Instructie, en de volgende gestelde Taxt, zal moeten innen en ontfangen ; voorts de beloofde penningen aan den Drost van Wedde opbrengen en betalen in twee termijnen / namelijk de geregte halfscheid van die op st. Jan midzomer / en de andere halfscheid op het einde van het jaar.

III.
Dat de voorschrevene penningen / ingevalle die niet op de gestipuleerde tijden worden betaalt
/ door den Drost als Lands-penningen by parate executie van den Trekker of des zelfs borge / zullen worden ingevorderd.

IV.
Dat de bovengemelde Tol alleenlijk zal worden betaalt door uitlandsche persoonen / buiten de Heerlijkheid Wedde en Westerwoldingeland / en de onderhorige Dorpen en Schansen wonende / op de voet en maniere / in de volgende Articulen gespecificeert; Blijvende nogthans de Ingesetenen van ‘t Carspel Rooswinkel / in het Landschap Drenthe / de Brug te Wedde passerende / van diens betaling / als van Ouds / gelibereert, wegens de contributie van de jaarlijkse hoenderpagt.

V.
Zal van ieder Wagen / Karre of ander Rijtuig / bevragt of onbevragt / bespannen met twee of vier Paarden / bij ‘t passeren der meergemelde Brugge / aan den Huurder of Tolmeester moeten worden betaalt twee stuivers, wederom te rug komende meede twee stuivers.

VI.
Van ieder Paard boven de vier / daar voorgeslagen / nog een stuiver.

VII.
Van een Chais met éen of twee Paarden éen st. en te rug komende mede een st.
 
VIII.
Van ieder Uitlandsche nieuwe Wagen / ‘t zij met voorspan / los / of bij stukken / op elkander gestapelt / en als boven passeerend / wegens ieder Rad een halve st. en dus van een gehele Wagen twee st.

IX.
Van ieder Inlandsche Wagen / Chais / Karre of ander Rijtuig / bespannen als voren / zo door Vreemde personen tot het vervoeren van Menschen / Goederen of koopmanschappen in hun dienst gebruikt worden / zal de Tol betaalt worden / als van Uitlandsche / boven gemelt.

X.
Van ieder Vreemd Paard / Osse of Koe / alleen of bij koppels de Brugge passerende / als mede van ieder Enter / Twenter en Trekvool éen st.

XI.
Van ‘t even genoemde Vee / binnen de voorsz. Heerlijkheid opgekogt / edog door een Uitlander buiten de zelve over de Brugge wordende vervoert en gedreven / zal / als van Vreemd / ingevolge ‘t voorgaande 10de Articul, de Tol worden betaalt.

XII.
Van ieder Westphaals of ander Vreemd Verken / Bigge / Kalf of Schaap / de Brugge passerende / een st.

XIII.
Van ‘t gemelde klein Vee / binnen de voorsz. Heerlijkheid opgekogt / maar door een Uitlander buiten dezelve wordende vervoert en over de Brugge gedreven / zal / als van Vreemd / volgens ‘t 11de articul worden betaalt.

XIV.
Dat de In- en Opgesetenen aan de Heerlijkheid Wedde en Westerwoldingeland cum annexis; met hunne eigene Paarden en Wagens / Karren of andere Rijtuigen / hunne eigene Goederen / Waren en Koopmanschappen voor eigen reekening daar buiten voerende / en als boven passerende aan de betaling van den voorschreven Tol niet zullen weezen subject.

XV.
Dat meede de H. Heeren Borgemeesteren en Raad in Groningen / wegens des Stads Hoge Jurisdictie aldaar / voor hunnen personen en der zelven Ministers / van deze Tol altoos vry sullen zijn / maar de Boden alleen in cas van exploicten.

XVI.
Dat ook vervolgens alleen alle zodane Wagens / als / bij voorvallende verandering der Guarnisoenen, door het Land worden gelevert / om de Militaire bagagien van of naar de Schansen in Westerwoldingeland te transporteeren, by het passeeren van deze Brugge / den voorsz. in Tol niet zullen weezen subject, maar daar van gelibereert.

XVII.
Dat een ieder / die by ‘t passeeren van de meergemelde Brugge / den Tol invoegen boven gestatueert, niet mogt betalen / maar dezelve zoeken te frauderen, zal vervallen zijn in de breuk van vijf-en-twintig Car. Guldens, ten voordeele van den Tolmeester / op deszelfs requisitie door de Borggraaf / op gerigtelijke last van den Drost / bij parate executie te innen.
 
XVIII.
Dat het aaneerden van de voorsz. Brugge / tusschen de weederzijdse Vleugels / als van ouds / ten gevolge Raads Resolutien van den 20 Augusti 1708. en den 4 Februari 1743. zal komen en zijn tot last van den Tolmeester / welke sig daarin naar de evengemelde Resolutien; En verder in alles stiptelijk naar de vorenstaande Articulen zal moeten reguleren.

XIX.
Dat eindelijk tot narigt van een ieder aan wederzijden van de Brugge / op de gevoeglijkste plaatsen zal werden geset een Tolbred / met het Stads Wapen daar boven / waar op met grote letters zal te lezen staan.

Een ieder betale, bij het passeeren van de Brugge in Westerwoldingeland, syn Tol, by verbeurte van 25 Car. Guldens.

Actum Groningae in Curia Jovis den 11 December 1760.

A. A. van Iddekinge. vt.
Ter ordonnantie der H. Heeren voorsz.
L. A. Trip, Secret.


Bronnen:

Groninger Archieven. 1468 Veenkantoor, 1634-1966.
312. Ordonnantie der Heeren Borgemeesteren ende Raadt in Groningen gestatueert op de tol te Wedde, 1760.
313. Rekeningen van de tol te Wedde, huishuren of grondpachten te Nieuwe Schans en de hoenderpacht te Roswinkel de rentmeester J.H. Quintus, 1822-1842.
314. Acte van verpachting van de tol en waag-accijns te Wedde van Borgemeesteren en Raad van Groningen voor Albert Elses [Hazelhoff] en Edo Jans; met acte van borgtocht van Geert Busch, 1676.
315. Stukken inzake het weder inhuren van de tol te Wedde door Elzo Hazelhoff, 1800.
Groninger Archieven. 2583 Stadsheerlijkheid Wedde, 1316-1618.
948 Verbaal van Engelbert van Ensse, drost te Coevorden, betreffende de reis, die hij op last van de graaf van Aremberg naar Wedde gemaakt heeft om onderzoek te doen naar de klachten van het landschap Westerwolde betreffende de nieuwe brug over de rivier de A en enige andere zaken

In het tijdschrift “Westerwolde” verschenen een drietal publicaties over de tolbrug te Wedde:
Jaargang 16 (1995). G. Luth - Tolbrug en waag te Wedde; pag. 47.
Jaargang 24 (2003). J.S.A. Huizing - De Tolbrug bij Wedde; pag. 53.
Jaargang 28 (2007). J.S.A. Huizing - De verpachting van de tolbrug en waag te Wedde (1609-1815); pag. 40.

Over Westerwolde en het Huis te Wedde zijn in het verleden reeds meerdere publicaties verschenen, namelijk:
Dr. Ir. J.E. Muntinga - Het landschap Westerwolde, 1946
P. J. van Winter - Westerwolde Generaliteitsland, 1948.
J.G.N. Renaud en E. van Dijk - Het Huis te Wedde, 1959.
 

 

Detail van de kaart van de provincie Groningen van Tjarda van Starckenborgh / Visscher 1684. De kaart toont de riviertjes Mussel Aa en Ruiten Aa die bij Wessinghuizen samen komen en vandaar verder stromen als de Westerwoldse Aa. Boven het Bourtanger Fort staat “Bourtange een groote Moerassige Heyde”.
De naam Addinga (links van Wedde) duidt op het geslacht Addinga, dat van ca. 1360 tot 1530 eigenaar van de burcht te Wedde is geweest.
 
Het Huis te Wedde



Bovenstaande tekening is een weergave van het Kadastraal plan van de borg te Wedde met omgeving in 1833.
No 337 duidt het schathuis aan, no. 338 is de Kolk, een overblijfsel van de in de 17e eeuw gegraven gracht.
No. 334 is de buitengracht, die werd gegraven en verbonden met een aftakking van de Westerwoldse Aa.

De tekening is een afbeelding uit: Het Huis te Wedde, door J.G.N. Renaud en E. van Dijk, een uitgave van de Vereniging “Stad en Lande”, J.B. Wolters, Groningen, 1959.


Dit document is onderdeel van de website van B.D. Poppen http://www.bdpoppen.nl en beschikbaar gesteld aan deze website van Oud Bellingwedde.